toename van de klachten bij
|
-
|
vermindering van de klachten bij
|
-
|
- 1. plaatselijke druk
- op het ingezonken borstbeen
- op de bovenbuik (broekriem)
- op de hals (stropdas)
|
-
|
-
-
- te wijde broek dragen; geen riem maar bretels
- geen stropdas dragen
|
-
|
- 2. bukken
- bukkend werk
- schoenveters vast maken etc.
|
-
|
- zo min mogelijk bukkend werk
|
-
|
- 3. voorover gebogen zitten
- lezen met boek of krant op tafel
- administratief werk
- werken aan de computer
|
-
|
-
- boek en krant op hoge leesstandaard plaatsen
- verhoogd bureau ; werk in periodes opdelen
- computerscherm op verhoging plaatsen
|
-
|
- 4. bepaalde stand van hoofd en nek
- hoofd naar beneden buigen
- hoofd naar links draaien
|
-
|
- deze houding vermijden
|
-
|
- 5. bepaalde slaaphouding
- slapen met maar één hoofdkussen
- slapen op de rechter zijde
- gebogen nek bij slapen
|
-
|
-
- verhoogd hoofdeind van het bed
- via extra kussens hoofd fixeren
|
-
|
- 6. fietsen op fiets met laag stuur
- b.v. racefiets of mountainbike
|
-
|
- fiets met verhoogd stuur en
- liefst met ondersteuning
- b.v. electrische fiets of spartamet
|
-
|
- 7. normale warme maaltijd
|
-
|
- vaker per dag kleine porties eten
|
-
|
- 8. wandelen met normale ademhaling en normale houding van het hoofd
|
-
|
- mondademhaling + buikademhaling
- hoofd zoveel mogelijk opgeheven houden
- het
optillen van de ribben tijdens het lopen
|
-
|